Altijd al heb ik een zwak gehad voor Liverpool. Naast Ajax is het de club waar ik het meest mee begaan ben. Ook ik heb in mei 2005 voor de TV gezeten. Bang dat AC Milan, zoals altijd, toch nog met een mazzelgoal won. Knieën opgetrokken, zodat ik me erachter kon verschuilen als Liverpool een penalty miste. Uiteindelijk springend door de kamer, want ze hadden gewonnen! Stevie G. had gewonnen van de meest irritante goaltjesdief aller tijden: Pipo Inzaghi.
Gerrard werd vanaf dien mijn Liverpoolse held en afgelopen kerst was ik zo gelukkig om hem in actie te zien op Anfield tegen the Bolton Wanderers. Ik ben gewend om de week in de ArenA te zitten, een multifunctioneel voetbalstadion/evenementenhal. Dan was dit wel wat anders.
Middenin een woonwijk met huizen waar houten platen voor de ramen gespijkerd zijn, rondom het stadion alleen maar mensen met rode shirts met een six-pack in hun hand, programmaboekverkopers en figuren met een capuchon op die bijna onhoorbaar en met tien woorden per seconde: ‘Wanna buy a ticket?’ zeggen. Niks kaartjesscanner, gewoon een smal poortje en een dame achter een loket die controleert of je de juiste entreebewijzen hebt. Twee stenen trappen op, de helft zo groot als de trappen van de FCJ.
En opeens sta je er. Houten stoeltjes die niet meer goed inklappen. -3 graden maar het is warm omdat je geperst staat tussen de personen links en rechts van je. Het veld zo dichtbij dat je op rij één van de spelers zou kunnen aanraken als je een arm uitstrekt.
You’ll never walk alone klinkt voor de wedstrijd en het hele stadion houdt zijn of haar sjaaltje omhoog terwijl ze luidkeels meezingen. Veel van deze sjaaltjes zijn vast gekocht bij een van de vele sjaalverkopers buiten het stadion die, als je heel goed luistert naar het accent, zo vaak mogelijk, ‘I sell scarves’ roepen. Het hele stadion zingt mee met Gerry and the Pacemakers terwijl Liverpool en Bolton het veld betreden.
Geïmproviseerde kippengaas hekken bij het uitvak, dat slechts gescheiden wordt van thuissupporters door een geul van twee meter breed, een even dik lint aan de andere kant en een dozijn sterke kerels. Iemand die kwaad wil doen, kan zo overspringen, maar ze doen het niet. Van vier kanten echoot ‘Liverpool’ door het stadion, het uitvak berispt het thuispubliek vanwege de stilte die af en toe in het stadion is door “3-0, and they still don’t sing” te roepen. Een aantal Liverpoolians staat op met woeste handgebaren naar het uitvak en een hoop verbaal geweld, maar de meeste supporters lachen. Sommigen applaudisseren zelfs.
En wat was hij briljant. Steve Gerrard draagt Liverpool, geholpen door Riera aan de ene kant en Benayoun aan de andere. Hij passt de bal over vijftig meter in de schoenen van Riera. Een paar minuten later neemt hij aan en speelt gelijk af naar de andere kant. Steve Gerrard werkt, rent, speelt af, wint duels, geeft corners zo perfect dat een aanvaller ze alleen nog maar hoeft te koppen. Wat een held.
Liverpool won met 3-0 en vanaf de wissel van Gerrard, die gespaard werd voor de wedstrijd tegen Newcastle twee dagen later, was het spel lang niet zo speciaal meer. Maar wat een speler. En wat een stadion.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten